De rol van de medewerker

Uitgangspunt is dat medewerkers bereid en in staat zijn om hun verantwoordelijkheden op te pakken wanneer de basiscondities daarvoor in orde zijn. Daarbij past dat medewerkers zoveel mogelijk zelfstandig hun werkzaamheden verrichten en verantwoordelijkheden laag in de organisatie komen te liggen. De verantwoordelijkheden worden op díe plaats in de organisatie neergelegd waar een goed overzicht is over de consequenties van de beslissing. Deze benadering, bevordert de betrokkenheid, de ontwikkelingsmogelijkheden en de motivatie van de medewerkers. Dit resulteert in een grotere slagkracht en meer creativiteit en productiviteit.

Medewerkers zijn positief en trots op hun werk. De trotse medewerker is niet alleen trots op de eigen kennis en kunde maar op de kwaliteit van de gehele organisatie. Een medewerker zoekt samenwerking met collega’s. Voorwaarden voor de taakvolwassen en ‘trotse medewerker’ zijn een uitdagend werkpakket, eigen verantwoordelijkheid en inzicht in de kosten en resultaten van de eigen werkzaamheden. Het krijgen van verantwoordelijkheid is geen vrijblijvende zaak. Het betekent ook het afleggen van verantwoording over het werk, het verstrekken van informatie over het werk en het aanspreekbaar zijn op werkresultaten. Verantwoordelijkheid betekent dus de verplichting om een taak naar beste vermogen uit te voeren én de verplichting om over de uitvoering van die taak te rapporteren. Ook de organisatie heeft hierbij een aantal verplichtingen. Medewerkers moeten namelijk in staat worden gesteld om zelfstandig te werken en hiervoor ook verantwoordelijk te zijn. Scholing speelt hierbij een belangrijke rol. Waar nodig worden vaardigheden versterkt; daarbij wordt (blijvend) geïnvesteerd in de kennis en vaardigheden van de medewerkers.