Besturingsfilosofie Dunavie

De besturingsfilosofie is de vertaling van onze visie naar onze werkwijze en de inrichting van onze organisatie. De visie gaat over het “wat” van de organisatie, de besturingsfilosofie over het “hoe”. De centrale vraag daarbij is: wat heb ik nodig om mijn werk goed te kunnen doen?

De rol van de medewerker

Uitgangspunt is dat medewerkers bereid en in staat zijn om hun verantwoordelijkheden op te pakken wanneer de basiscondities daarvoor in orde zijn. Daarbij past dat medewerkers zoveel mogelijk zelfstandig hun werkzaamheden verrichten en verantwoordelijkheden laag in de organisatie komen te liggen. De verantwoordelijkheden worden op díe plaats in de organisatie neergelegd waar een goed overzicht is over de consequenties van de beslissing. Deze benadering, bevordert de betrokkenheid, de ontwikkelingsmogelijkheden en de motivatie van de medewerkers. Dit resulteert in een grotere slagkracht en meer creativiteit en productiviteit.

Medewerkers zijn positief en trots op hun werk. De trotse medewerker is niet alleen trots op de eigen kennis en kunde maar op de kwaliteit van de gehele organisatie. Een medewerker zoekt samenwerking met collega’s. Voorwaarden voor de taakvolwassen en ‘trotse medewerker’ zijn een uitdagend werkpakket, eigen verantwoordelijkheid en inzicht in de kosten en resultaten van de eigen werkzaamheden. Het krijgen van verantwoordelijkheid is geen vrijblijvende zaak. Het betekent ook het afleggen van verantwoording over het werk, het verstrekken van informatie over het werk en het aanspreekbaar zijn op werkresultaten. Verantwoordelijkheid betekent dus de verplichting om een taak naar beste vermogen uit te voeren én de verplichting om over de uitvoering van die taak te rapporteren. Ook de organisatie heeft hierbij een aantal verplichtingen. Medewerkers moeten namelijk in staat worden gesteld om zelfstandig te werken en hiervoor ook verantwoordelijk te zijn. Scholing speelt hierbij een belangrijke rol. Waar nodig worden vaardigheden versterkt; daarbij wordt (blijvend) geïnvesteerd in de kennis en vaardigheden van de medewerkers.

Het management

Kerntaak van het management is het creëren van condities waaronder de medewerkers hun verantwoordelijkheid waar kunnen maken. In deze visie is het management verantwoordelijk voor:

  • Het bevorderen en bewaken van de eenheid van het beleid;
  • Het concretiseren van doelen en resultaten in concrete/herkenbare opdrachten/taakstellingen (en daarover afspraken maken);
  • Realisatie van de noodzakelijke faciliteiten (personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, huisvesting);
  • ‘Coaching on the job’ mede gericht op de taakuitvoering en ontwikkeling van de medewerker;
  • Bewaken van voortgang en waar nodig aanvullende maatregelen/ondersteuning realiseren.

Deze verantwoordelijkheden vereisen dat de manager zichzelf vooral een faciliterende en coachende rol aanmeet. Hij/zij zorgt ervoor dat de medewerkers kunnen beschikken over de middelen en vaardigheden om hun verantwoordelijkheid waar te maken. De manager helpt de medewerkers het beste uit zichzelf te halen. Medewerkers mogen van hun leidinggevende verwachten dat hij/zij hen stimuleert bij hun persoonlijke ontwikkeling. Van medewerkers wordt daarbij verwacht dat zij ook zelf het initiatief hiertoe nemen.

Een manager beschikt over vakinhoudelijke kennis, maar bovenal over goede leidinggevende/management vaardigheden. Hij/zij is in staat om medewerkers te faciliteren en te coachen, beschikt over een politiek-bestuurlijke sensitiviteit en is mens- en oplossingsgericht. Zelf is de manager in de regel geen ‘dossierhouder’. Dit is neergelegd bij medewerkers. Dit sluit aan bij het geformuleerde uitgangspunt om de verantwoordelijkheden laag in de organisatie te situeren.

Sturing op de organisatie

Op basis van de visie op de medewerker en de visie op management heeft Dunavie voor de sturing op de organisatie de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • Verantwoordelijkheden en bevoegdheden laag in de organisatie;
  • Sturen op hoofdlijnen;
  • Sturing op kwaliteit en op geleverde prestatie (outputsturing);
  • Duidelijke verantwoordelijkheidslijnen tussen niveaus;
  • Het gaat om mensen.

Planning & control, plannen, contracten et cetera zijn geen doel op zich, maar middelen die ingezet worden om invulling te geven aan deze wijze van sturing in de nieuwe organisatie. Instrumenten moeten bijdragen aan, onder andere:

  • Verduidelijking/concretisering van de visie;
  • Maken van afspraken;
  • (bij)sturing;
  • Verantwoording.

Voorkomen wordt dat een ingewikkeld systeem zonder toegevoegde waarde wordt opgezet.

Resultaatafspraken

Duidelijke vastgelegde afspraken, ondersteund door feedback/monitoring vanuit managementrapportages, hebben twee voordelen:

  • Het leidt tot een zakelijke aanpak van sturing doordat goed inzicht ontstaat in de werkzaamhe-den die worden verricht, de producten die worden geleverd en de kosten hiervan;
  • Het feedbackmechanisme van bijsturing op basis van managementrapportages kan voorko-men dat onderdelen te zelfstandig gaan opereren. Hierdoor kan blijvend sturing worden gegeven.